De Governance Code voor de cultuursector


Voorwoord


Helder bestuur en zorgvuldig toezicht geven ruimte aan inhoudelijk, integer en zakelijk presteren. De cultuursector heeft al ruim tien jaar zijn eigen governance code. Dit in navolging van onder meer het bedrijfsleven dat met de Code Tabaksblat de toon zette voor afspraken over goed bestuur. In 2000 publiceerde een commissie geleid door Melle Daamen een rapport over governance in de cultuursector (1), dat in 2003 werd gevolgd door de eerste sector-code Handleiding Cultural Governance. In 2006 verving een werkgroep onder leiding van Wim van den Goorbergh deze handleiding door de Code Cultural Governance (2).

De kennis en ervaring die de sector heeft opgebouwd is in deze nieuwe Governance Code Cultuur verwerkt. Inhoudelijk is de code vereenvoudigd en aangepast aan vragen uit de samenleving met aandacht voor onderwerpen als risicomanagement, belangenverstrengeling en openheid. Daarnaast zijn aanbevelingen uit de sector meegenomen. Zo zijn met name de verschillen tussen het raad-van-toezicht-model en het bestuur-model scherper geprofileerd. ‘Mag het compacter, eenvoudiger en overzichtelijker?’ was het commentaar van velen en dat hebben we zo goed mogelijk opgevolgd.

De Governance Code Cultuur biedt een normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties. Daarmee laten de verantwoordelijke bestuurders en toezichthouders aan de buitenwereld zien wat de gangbare standaarden zijn voor goed bestuur in de cultuursector. De code komt niet in de plaats van de eigen verantwoordelijkheid en kritische reflectie binnen organisaties. Nee, de code beoogt naast het normatieve kader juist de kritische reflectie binnen en tussen bestuur en toezicht te stimuleren. Daarom kent de code negen algemene principes. Deze principes vinden hun vertaling in praktijkaanbevelingen die men op verschillende manieren kan lezen: ‘zo hoort het’, ‘zo doen goed geleide organisaties dit’ of ‘dit zijn goede praktijkvoorbeelden’. Er zijn grote verschillen in de cultuursector. Goed bestuur is vaak maatwerk en verantwoordelijkheid nemen. Daarom zijn de bestuurders en toezichthouders aan zet: ‘pas toe óf leg uit’.

De code heeft tot doel ook de relatie met de ‘buitenwereld’ te versterken. Daarom is het zaak publiek, financiers en stakeholders te informeren over hoe de code wordt toegepast. Ook daar zijn de bestuurders en toezichthouders aan zet, maar nu gaat het om: ‘pas toe én leg uit’.

De Governance Code Cultuur is voor en van de cultuursector. De opbrengst van vier ronde tafelgesprekken en zo’n vijftig
individuele consultaties. Wij zijn velen erkentelijk voor het actief meedenken over deze nieuwe versie. De code wordt ondersteund door bestuurders, toezichthouders, brancheorganisaties, het Rijk, gemeenten, de VNG, fondsen en door een ‘Comité van Aanbeveling’. Al deze partijen (3) hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze code. Wij willen hen daarvoor bijzonder bedanken.

De herziening van de code is financieel mogelijk gemaakt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Prins Bernhard Cultuurfonds. De code is op 14 oktober 2013 aan de minister van OCW aangeboden.

Wij hopen van harte dat de Governance Code Cultuur positief bijdraagt aan de inrichting en besturing van uw organisatie.

 

Jo Houben

Directeur-bestuurder

Cultuur-Ondernemen

 

Prof. Dr. Mijntje Lückerath-Rovers

Hoogleraar Corporate Governance

Universiteit van Tilburg

 

(1) De commissie publiceerde in 2000 ‘Kwaliteit van bestuur en toezicht in de sector cultuur, een pleidooi voor zelfregulering’. Melle Daamen is directeurbestuurder van de Stadsschouwburg Amsterdam.

(2) Wim van den Goorbergh, voormalig bestuurder van Rabobank Nederland, is thans commissaris en toezichthouder.

(3) Zie subpagina ‘Gesprekspartners’.

 

 

De Governance Code Cultuur

 

Pas toe óf leg uit!

Pas toe én leg uit!

 

 

Goed bestuur en toezicht

Organisaties in de cultuursector willen waarden realiseren op cultureel, economisch en maatschappelijk gebied. Werken met publieke middelen in het maatschappelijk belang brengt

ook een morele verantwoordelijkheid met zich mee. De governance code geeft, als het gaat om toezicht en bestuur, zowel de organisaties als de buitenwereld aanbevelingen voor normen en werkwijze.

 


Karakter van de sector

De cultuursector kenmerkt zich door grote diversiteit.

Omvang, budget, organisatievorm en discipline kunnen zeer uiteenlopen. De meeste organisaties zijn relatief klein. We spreken daarom van ‘grootschalige kleinschaligheid’. Ook spreken we van ‘hybride organisaties’: er is tegelijkertijd sprake van het gebruik van publieke middelen en van marktontwikkeling. Voor de gehele sector evenwel is werken met gemengde financiering, risicobeheer, toezicht en verantwoording zwaarder gaan tellen. Organisaties die zich hiervan bewust zijn hanteren de Governance Code Cultuur.

 


Openheid en verantwoording

De code biedt houvast voor verantwoording en voor openheid. Dit tegen de achtergrond van verschuivende rollen van de overheid en de markt, en van het stimuleren van marktwerking en ondernemerschap. Overheden, publiek, sponsoren, vrienden-organisaties en andere stakeholders willen inzicht in de effectiviteit en efficiëntie van de organisatie. De organisatie kan dat inzicht geven in de jaarverslagen en op de website, maar steeds vaker bieden ook sociale media de gelegenheid tot een dialoog. Het vormt de basis voor vertrouwen van stakeholders en voor maatschappelijk draagvlak van de cultuursector.

 

 

Bewust omgaan met de code

De governance code is een instrument voor goed bestuur en toezicht. De code omvat het gehele besturingsproces: beleid, uitvoering, toezicht en verantwoording. De code helpt

bestuurders en toezichthouders bewust te reflecteren op de vraag: ‘Hoe doen we het eigenlijk?’ en ‘Waarom doen we het zo?’. Het gaat er niet om of we alle regels kunnen afvinken, maar of er sprake is van bewust handelen. Daarom bestaat de code uit 9 principes die algemeen gesteld maar ook verplichtend zijn.

 

Wie, vanwege het karakter of de omvang van zijn organisatie, wil afwijken van de code is daarin vrij. In het kader van de verantwoording en de transparantie is het dan wél van belang

dat te kunnen uitleggen. Vandaar het principe: ‘pas toe óf leg uit’. Het niet toepassen van dat principe kan er toe leiden dat bestuurders en toezichthouders daarop worden aangesproken. Publiek, financiers en andere stakeholders kunnen het vertrouwen verliezen. Omgekeerd: als je niet kunt uitleggen waarom je het anders zou doen is het bestuurlijk wél zo verstandig de code te volgen.

 

Als je de code volgt is het van belang publiek, financiers en andere stakeholders daarover goed te informeren. Hier volstaat niet dat je enkel aangeeft dat de code wordt gevolgd. Door

stakeholders te vertellen wat de inspanningen zijn op het terrein van Governance kan de organisatie juist vertrouwen winnen. Vandaar ook het principe ‘pas toe én leg uit’.

 

 

Kenmerken goed bestuur en toezicht

Goed bestuur en toezicht kenmerken zich door:

  • duidelijkheid over het besturingsmodel en de daarbij horende verantwoordelijkheden;
  • integer en transparant handelen, met oog voor de belangen van alle betrokkenen (de stakeholders);
  • deskundigheid in bestuur en toezicht;
  • effectief bestuur en toezicht, waarover ook verantwoording wordt afgelegd;
  • effectiviteit in het realiseren van missie, doelstellingen en efficiënte besteding van (publieke) middelen.


Uitgangspunten

Deze code is ingericht aan de hand van de volgende uitgangspunten:

  • een bewuste omgang met de governance code;
  • een weloverwogen keuze voor het besturingsmodel;
  • duidelijke verdeling van taken en bevoegdheden tussen uitvoering, bestuur en toezicht;
  • onafhankelijkheid van het toezicht en het vermijden van belangenverstrengeling;
  • het waarborgen van deskundigheid en diversiteit in de samenstelling van de raad van toezicht;
  • een goed georganiseerde, onafhankelijke financiële controle;
  • publieke verantwoording door de organisatie.

 

Aan elk van deze uitgangspunten zijn principes gewijd, met uitzondering van het laatste aspect. Dit komt in veel van de principes en praktijkaanbevelingen tot zijn recht. Dat de

organisatie zich naar de buitenwereld verantwoordt is belangrijk. Maar hier gaat wel aan vooraf dat bestuurders en toezichthouders hun verantwoordelijkheid nemen.